Wat is infrastructuur waard?

Wat is infrastructuur waard?

Infrastructuur leverde in de jaren 1995-2015 een flinke bijdrage aan het Bruto Binnenlands Product: zo’n 10 procent. Dat blijkt uit een experimentele studie van het Centraal Bureau voor de Statistiek, uitgevoerd in opdracht van Next Generation Infrastructures (NGinfra). NGinfra is een kennisplatform van zes infrastructuurbeheerders: Rijkswaterstaat, ProRail, Havenbedrijf Rotterdam, Schiphol Group, Alliander en Vitens. Zij wisselen onderling kennis en ervaring uit en laten gezamenlijk onderzoek uitvoeren om antwoord te vinden op vragen over de ontwikkeling van de infrastructuur van de toekomst. Eén van die vragen is die naar de waarde van infrastructuur voor de Nederlandse samenleving.

De vraag naar de waarde van infrastructuur is niet zomaar beantwoord. Onderzoek daarnaar is zowel in Nederland als in het buitenland nog niet eerder gedaan. De studie die het CBS nu heeft opgeleverd, is een eerste stap. De uitkomst geeft een indicatie van de waarde die infrastructuur toevoegt aan de economie.In deze studie is het begrip ‘infrastructuur’ gedefinieerd als de basisvoorzieningen die essentieel zijn voor het functioneren van de samenleving en de economie. Infrastructuur gaat niet om dijken, spoorlijnen, wegen, kabels en pijpleidingen, het gaat om waterveiligheid, energie en watervoorziening, transport van personen, goederen en data en het inzamelen en verwerken van afval(water).

Een groot aantal partijen, zowel publiek als privaat, speelt een rol bij het leveren van die basisvoorzieningen. Het CBS heeft de ketens in beeld gebracht vanaf inkoop of winning van grondstoffen tot en met het leveren van de basisdienst of het basisproduct aan de eindgebruikers en van elke keten de directe toegevoegde waarde berekend. De verschillende ketens staan niet op zichzelf; zo is energievoorziening nodig voor waterveiligheid en voor transport van personen en goederen; transport en energievoorziening zijn afhankelijk van dataverkeer. De klassieke infrastructuursystemen raken steeds meer met elkaar verweven in een ‘system of systems’ waarvan het CBS in deze studie de toegevoegde waarde heeft bepaald.

NGinfra ziet op basis van deze studie kansen voor het verder ontwikkelen van een standaardmethode om de waarde van infrastructuur te meten in macro-economisch perspectief. Met een internationaal geaccepteerde standaardmethode kan bijvoorbeeld vergelijkend onderzoek met andere landen worden gedaan en kan de huidige tijdreeks worden uitgebreid. In de studie van CBS zijn indirecte economische effecten en de niet-economische waarde van infrastructuur niet meegenomen. Dat betekent niet dat ze minder belangrijk zijn. Dat gezond drinkwater en riolering cruciaal zijn voor de volksgezondheid, behoeft geen uitleg. En dat volksgezondheid een positieve bijdrage levert aan de economie, is ook duidelijk. Aan de andere kant levert infrastructuur milieubelasting op en de negatieve effecten daarvan zijn niet meegenomen in de CBS studie. NGinfra zal onderzoek doen naar de mogelijkheden om ook indirecte economische effecten en de niet-economische waarde van infrastructuur te bepalen. Daarmee wil NGinfra een dialoog starten over de waarde van infrastructuur in relatie tot de grote maatschappelijke uitdagingen voor de toekomst. Denk bijvoorbeeld aan de verdergaande urbanisatie, de energietransitie en de digitale revolutie. 

https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2017/44/toegevoegde-waarde-infrastructuur-nederland-1995-2015