Logo NGI
nl
en
Zoeken

infrabase >

projecten >

cases and experiences – mapping different perceptions on public values

 
 
Nummer
02.15
 
Naam
Cases and experiences – mapping different perceptions on public values
 
Samenvatting

Sinds de kredietcrisis heeft marktwerking de wind tegen. Politici, columnisten en onderzoekers zijn het eens: de neo-liberale agenda heeft zijn eigen failliet aangetoond: na invoering van marktwerking is dienstverlening is verschraald; de lonen van de directeuren zijn gestegen en de patiënten en klanten zijn de dupe.

 
Projectleider
Emiel Kerpershoek (projectleider)
Onderzoekers
Bertien Broekhans
 
Hans de Bruijn
 
Willemijn Dicke
 
Annelies Dijkzeul
 
Helen Stout
 
Wijnand Veeneman
Beschrijving

Nederlandse burgers zien voordeel in marktwerking

Sinds de kredietcrisis heeft marktwerking de wind tegen. Politici, columnisten en onderzoekers zijn het eens: de neo-liberale agenda heeft zijn eigen failliet aangetoond: na invoering van marktwerking is dienstverlening is verschraald; de lonen van de directeuren zijn gestegen en de patiënten en klanten zijn de dupe.

Maar wat vindt de burger eigenlijk?

Wij hebben een representatieve enquête gehouden onder 1000 burgers. Wij vroegen hen naar hun ervaringen met marktwerking vier sectoren: energie, mobiele telefonie, busvervoer en zorg. De vraag was of deze diensten beter aan marktpartijen over gelaten kunnen worden of dat bedrijven in publieke handen deze diensten moeten leveren.

Uit dit onderzoek blijkt ten eerste dat het publiek wél vertrouwen heeft in marktwerking. Dat vertrouwen verschilt per sector: bij energie heeft de meerderheid meer vertrouwen in de markt dan in de overheid; bij mobiele telefonie verkiest zelfs drie kwart voor marktwerking boven een publieke aanbieder. In de zorg en in het busvervoer is de meerderheid voor publieke aanbieders van deze diensten. De consument blijkt dus een bijzonder genuanceerde opvatting over marktwerking te hebben.

De voor- en tegenstanders laten zich, opmerkelijk genoeg, niet indelen via traditionele politieke lijnen van links- rechts. Per sector heerst er grote eensgezindheid door alle politieke partijen heen over de wenselijkheid dan wel onwenselijkheid van marktwerking. Zo is de aanhang van zowel SP als VVD tamelijk eendrachtig in de waardering –die dus per sector varieert- van marktwerking.

In de derde plaats blijkt uit het onderzoek hoe genuanceerd respondenten denken over marktwerking. Zij zien marktwerking als een samenspel tussen private partijen die een dienst leveren, een overheid die haar controlerende taak uitvoert en krachtige belangengroeperingen die opkomen voor consumentenbelangen. Effectieve marktwerking vereist dus een stevige overheid.

Het onderzoek vond plaats in december 2008, midden in de financiële crisis en wij hadden verwacht dat het sentiment tegen marktpartijen ook in de beoordeling van de marktwerking van de andere sectoren zou doorklinken. Maar zelfs in het huidige anti-markt klimaat, is de mening over marktwerking dus uiterst genuanceerd

Hoe kan het nu dat onze analyse laat zien dat de burger wél voordeel ziet in marktwerking? Overal hoor en lees je toch alleen maar antimarktwerkingsverhalen? De verklaring zou wel eens heel eenvoudig kunnen zijn. Wie algemene vragen stelt over ‘staat of markt’ of wie principiële (zo de lezer wil: ideologische) vragen stelt, krijgt een respons waaruit wantrouwen ten opzichte van de markt blijkt. Wie vragen stelt naar concrete dienstverlening, naar de dagelijkse ervaring van de burger, krijgt heel andere en genuanceerde antwoorden .

Wat is het belang van deze studie voor het debat over marktwerking?

1. Stop het binaire denken. In sectoren waar marktwerking is geïntroduceerd gaat een sterke markt samen met een sterke overheid. Zo gaat marktwerking in het busvervoer door uitgebreide aanbestedingseisen –opgelegd door de politiek- met velerlei garantie gepaard ten aanzien van publieke waarden als toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid. Ook in de spoorsector liggen markt en overheid dichtbij elkaar. de aandelen van NS zijn in handen van de overheid en als voorwaarde voor het alleenrecht op het hoofdrailnet maakt NS ieder jaar prestatieafspraken met het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De tegenstelling tussen het Angelsaksische, neo-liberale model, waarin de markt het voor het zeggen heeft en een model waarin staat en politiek het primaat hebben, is veel dus te simpel.

2. De burger vertrouwen heeft in levering van energie en telecom door marktpartijen. Ook empirisch onderzoek leert dat in de meeste gevallen introductie van concurrentie leidt tot betere resultaten, op de korte en de lange termijn, voor de individuele consument en voor de sector als geheel. Het is onbegrijpelijk dat dergelijk empirisch onderzoek nauwelijks een rol speelt in het huidige debat en dat van de kredietcrisis een crisis van alle vormen van marktwerking wordt gemaakt.

3. Publieke belangen kunnen veilig zijn in private handen... In het ideologisch getinte debat wordt vaak gesteld dat marktwerking ten koste gaat van publieke waarden als toegankelijkheid, kwaliteit, of veiligheid. Maar in de praktijk is dit eenvoudigweg niet het geval – zeker niet in de sectoren waar de markt het volgens de burgers goed doet. Ook dat zal de burger bemerkt hebben. En liberalisering is niet voor niets ontstaan: zo geweldig deed de overheid het niet altijd – ooit waren er wachtlijsten voor de aanvraag van een nieuwe telefoonlijn, nu kan de burger geld besparen op zijn energienota.


Dus laten we stoppen met uitsluitend de abstracte, gepolariseerde markt-overheid discussie. Een onderzoek naar de vraag hoe robuuste checks and balances gecreëerd kunnen worden, hoe toezicht goed wordt ingericht en consumentenorganisaties zo effectief mogelijk hun controle kunnen uitoefenen is veel productiever dan het huidige ideologische en dus al te makkelijke debat.

De consument denkt al op deze manier, gezien de uitkomst van ons onderzoek. Nu de politiek en de media nog.

Hans de Bruijn, Willemijn Dicke en Emiel Kerpershoek zijn verbonden aan de TU Delft, faculteit Techniek, Bestuur en Management. Annelies Dijkzeul is directeur van Kwink Groep. Gevieren hebben zij onderzoek uitgevoerd naar marktwerking onder 1000 respondenten voor de onderzoeksstichting Next Generation Infrastructures.

 
Partners
Technische Universiteit Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management
Deelprogramma
Public values
Sector
Drinkwater (sector)
 
Railinfrastructuur
 
Telecom (sector)
Publicaties
Burgers zien voordeel in marktwerking. wetenschappelijk artikel
 
Nuance in het marktwerkingdebat: Een enquêteonderzoek naar de perceptie van marktwerking in vier sectoren. wetenschappelijk artikel
Afgerond
2009
 

Logo NGI

Bouwcampus
Van der Burghweg 1
2628 CS Delft
secretariaat@nginfra.nl
telefoon: 015 303 0900

© 2016 Next Generation Infrastructures